Een speciaal jaar

Door Theo Groot,

De jaren lijken voorbij te vliegen. Op 29 mei is het 35 jaar geleden dat ik naar Zaïre vertrok, samen met Ans van Geel en Herman Heymericks. Het bisdom Basankusu in het evenaarswoud was onze bestemming. Een bisdom twee en een half keer groter dan Nederland met nog geen 200.000 inwoners. Een brief was het enige contact met het thuisfront. Als je per kerende post antwoordde, zaten er gemiddeld zes weken tussen twee brieven.

Als je niet van groen hield dan hield je het er niet lang uit. Van de wijdse horizon in de polder naar het regenwoud met gemiddeld 50 meter zicht. Warm, vochtig en ongezond stond er in alle boeken, en het klopte. Malaria, tropenzweren, geelzucht, allergieën en huidschimmels, ik heb ze aan den lijve ervaren. De streek waar het verschil tussen ‘aan de basis werken’ en ‘aan de grond zitten’ soms heel klein was. Als ik toen op mijn gewicht moest letten, was het vooral om er voor te zorgen dat er niet te veel af ging: de 70 kg die ik woog als ik terug kwam van vakantie, ging binnen twee maanden naar 62 kg.

Leren in Zaїre

Maar ook het land waar ik vloeiend lingala leerde spreken. Waar mensen eeuwige optimisten zijn en altijd wel de positieve kant van iets kunnen zien. Waar je met weinig een groot verschil kon maken. Geïnspireerd door een dynamische Zaïrese bisschop die als de binnenlandse veiligheidsdienst al te vervelend werd, ingreep. Op reizen heb ik vele nachten doorgebracht in dorpen en altijd was er iemand die voor je zorgde. Fascinerende tochten over de eindeloze Lulonga rivier, bocht na bocht. De Zaïrese muziek die met een kwinkslag de meeste omstreden onderwerpen kon aansnijden. Hier leerde ik creatief te zijn en initiatief te nemen. Ik ben er na acht jaar met enige weemoed vertrokken, maar wist ook dat ik verder moest. Ik had er mijn beste jaren gegeven en er wachtten nieuwe uitdagingen.

De overgang naar Rwanda

Mijn hele leven in Afrika heb ik net boven of onder de evenaar gewoond. Basankusu lag juist nog op het noordelijk halfrond en door zijn hoogte van maar 800 meter was het er klam en vochtig. Rwanda waar ik daarna naar toe ging, lag even ten zuiden van de evenaar, maar zo’n 1000 meter hoger. Een hoogte die voor een totaal ander klimaat zorgt. Zo onderbevolkt als Basankusu was, zo overbevolkt was Rwanda. In veel opzichten waren de contrasten groot. Daar woonde ik in het bos, in Kigali in een middenklasse wijk. Het Kinyarwanda is een oneindig moeilijke taal en omdat ik er niet dagelijks met mensen moest optrekken die geen Frans spraken, heb ik de taal nooit goed onder de knie gekregen. Ook het werk was totaal anders. In Basankusu was ik de directe verantwoordelijke voor een heel scala aan activiteiten, in Rwanda was mijn belangrijkste taak ontwikkelingswerkers te begeleiden en ervoor te zorgen dat zij een zinvolle bijdrage konden leveren aan de vele lokale organisaties waar we als Belgische NGO mee samenwerkten. Ik had er te maken met de lokale boertjes op de heuvels maar ook met bisschoppen, ambassadeurs en ministers. April 1994 is een maand die ik nooit zal vergeten; dit jaar al 20 jaar geleden. Een genocide die zijn weerga niet kent: bijna een miljoen mensen uitgemoord met kapmessen in minder dan 100 dagen. Daar bange dagen doorgemaakt en vervolgens in vluchtelingenkampen een paar maanden gewerkt. Voor het eerst weer terug naar Rwanda op 4 oktober, wereld dierendag, samen met Piet Spaarman van Mensen in Nood. Toen met eigen ogen gezien dat het allemaal nog veel gruwelijker was geweest dan ik me had kunnen voorstellen. Onze uitwijzing uit Rwanda, Kerst 1995, was bizar en pijnlijk. Daarna in maart ’96 in West Ierland een therapeutische voettocht gedaan om dan toch weer terug te gaan naar Afrika. Naar Uganda dit keer.

Wortelen in Uganda

In dit derde Afrikaanse land heb ik een eigen huis gebouwd en heb er wortel geschoten. Hier woon ik inmiddels al weer het langste, 18 jaar nu. De beginjaren waren zeker wat werk betreft niet de gemakkelijkste. Grote vragen omtrent de zin of onzin van ontwikkelingssamenwerking maakten dat ik er in 2001 een jaar tussenuit trok. Een sabbatsjaar naar Sheffield in Engeland. Het was een fascinerend jaar en ik heb er veel nieuwe inzichten opgedaan. Het Pronkiaans gedachtegoed van de maakbare samenleving heb ik daar grotendeels los gelaten. Je kunt alleen maar proberen om zo goed en zo kwaad als het gaat, iets in gang te zetten en dan zien of, wat en hoe het gaat bewegen. Steeds opnieuw weer de keuze maken van doe ik dit, of doe ik dat en wat is in dit geval het beste.

Het verschil maken

Ik heb ervaren dat ik in het leven van individuele mensen, ook van jongeren, wel degelijk een enorm verschil kan maken. Dat is de rode draad door al die tropenjaren heen. Het leven van heel velen zou ongetwijfeld anders zijn geweest waren we elkaar niet tegengekomen. Meer op macro vlak mocht ik toch af en toe ook een verschil maken. “Weet je”, zei een Congolees van Basankusu me, toen we elkaar vele jaren later in Kinshasa tegenkwamen, “we hebben die oorlog overleefd dankzij die bonen die jij toen geїntroduceerd hebt, dat was in die tijd onze enige eiwit bron.” Toen ik het concept van ‘steunpunt’ introduceerde namelijk dat je als westerse NGO niet alles vanuit Europa kunt organiseren, maar het best op het terrein zelf aanwezig kunt zijn, was dat zoiets als vloeken in de kerk. Temeer omdat ik vond dat je geen groot kantoor moest hebben, maar gewoon minimalistisch als eenling aanwezig moest zijn. Als ik het nu door anderen hoor uitleggen alsof ze het wiel hebben uitgevonden, moet ik af en toe wel glimlachen. Ondertussen ben ik blij dat ik samen met Hans en Jeannette Joosse op pad mag gaan om aan de basis in Noord Uganda weer van voor af aan te beginnen. Het is samenwerken met boeren en boerinnen die hun portie ellende wel gehad hebben en er ondanks alles toch vol goede moed weer tegenaan willen gaan. Sluit de cirkel zich? Misschien wordt het tijd om, zoals elke fransman, toch maar eens aan mijn memoires te beginnen. Of in de woorden van een van mijn favoriete theologen Harry Kuitert: schiften en hetzelfde anders zien – een onvoltooid testament.

Bondeko School – halverwege

Op 1 mei 2007 kwam ik met de lokale kerk hier overeen dat ik samen met de stichting Bondeko voor een periode van 15 jaar het management van hun lagere school zou overnemen. Kwaliteitsonderwijs voor kansarme kinderen uit de gemeenschap was en is nog steeds ons doel. Het ging zeker niet van een leien dakje en bij tijden heb ik me afgevraagd waar ik in vredesnaam aan begonnen was. Waarom kon ik niet gewoon rustig op mijn veranda zitten na een dag hard werken en genieten van de ondergaande zon? Waarom moest ik zo nodig naast een educatie boerderij ook nog eens een lagere school gaan runnen. Wellicht is het toch nog het missionarissen bloed dat door mijn aderen vloeit: de naaste zijn van wie je op je weg tegenkomt. Of zoals de filosoof Levinas het zegt: de kwetsbaarheid van het gelaat van de ander, kinderen in dit geval, werkt op mij als een uitnodiging van de Ander. Een appel tot dienstbaarheid, een aangeroepene zijn, blijft een storende factor in mijn bestaan van genieten, van wonen en van werken. 2014 is het “halverwege jaar”: liggen zeven jaar achterons en zijn er straks nog zeven te gaan. We zitten op de helft. Er is veel gebeurd en we hebben veel bereikt. Bij de jaarlijkse ouderbijeenkomst op school In november voelde ik dat we een omslagpunt bereikt hebben. We zijn echt een van de beste scholen in de buurt geworden en ouders snappen nu ook waarom we dingen anders doen. Waarom kinderen in de laagste klassen geen huiswerk hebben, waarom we strikt zijn met de start- en einddagen van een trimester, waarom we met een kleuterklas zijn begonnen van een jaar en niet met een driejarige kleuterschool. En ook waarom we alleen kinderen toelaten in de kleuterklas. We hebben een team van onderwijzers en medewerkers die gemotiveerd zijn en die ook zien hoe ze een verschil kunnen maken op een manier die ze eerder niet voor mogelijk hielden.

Resultaten van de school examens 2013

 

Ook dit jaar hebben we weer goed gescoord bij de nationale examens. Weliswaar iets minder dan de twee jaren ervoor, maar het zijn zeker resultaten waar we tevreden mee zijn. En het gaat niet alleen om de resultaten bij de landelijke CITO toets, het gaat er ook om dat er blije kinderen van school komen die kansen hebben. Onze kinderen spreken bijvoorbeeld allemaal veel beter Engels dan kinderen van omliggende scholen.

Jaar Aantal kinderen 8 en hoger 6-8 5 4 gezakt
2013 19 6 12 1 0 0
2012 27 13 14 0 0 0
2011 16 7 9 0 0 0
2010 18 3 15 0 0 0
2009 16 2 12 2 0 0
2008 20 0 9 7 4 0

De steun

In de loop van de jaren hebben we heel veel steun gekregen, zowel financieel, onderwijs technisch als moreel. Met het risico mensen te vergeten: Graham uit Ierland, de zusters franciscanessen uit Breda en met name zuster Marthia, Rixt en haar ruime netwerk, Bert, Stichting MWH, Stichting Wees een Kans, Impulsis en met name Karel Roos, de MOV Zeeland, AFOS, het Serviam Koor, de scholen het Wilgenrijs en de Brandaris in Dronten, Annemiek, de vele studenten die op stage zijn geweest, stichting Biblionef, Arie en Matty van Oostveen en natuurlijk jullie de Bondeko leden, de donateurs en het Bondeko bestuur. Ook op jullie werd een ethisch appèl gedaan dat jullie niet genegeerd hebben. Om nog maar even bij Levinas te blijven, aangeroepen worden heeft iets van dagvaarding, maar tegelijkertijd is het ook een uitverkiezing. Wij zijn omdat we antwoorden op het appèl dat oplicht in het gelaat van de ander: respondeo ergo sum. Wel hoor ik jullie denken dat is een mooi verhaal om iemand geld uit de zak te kloppen. Ach, bedenk dan maar dat ik het ook niet voor mezelf doe. Hoe dan ook aan jullie allen kan ik zeggen: jullie bijdrage heeft een verschil gemaakt! (en we hebben nog 8 jaar te gaan).

Stef Bos is een van mijn favoriet zangers en zijn lied “jij daar in het donker” vat het allemaal prachtig samen (staat op zijn album “van Mpumalanga tot die Kaap”).

Jij Daar In Het Donker
Jij daar in de doolhof
En jij die wordt vergeten
Jij die naar het licht zoekt
En de keten wilt doorbreken
Jij denkt niet alleen
Jij droomt niet alleen
Jij staat niet alleen
Want wij staan aan jou kant
Jij daar die blijft vechten
Tegen de molens in de wind
Die blijft geloven in de liefde
Tegen elke stroming in
Jij bent niet alleen
Jij droomt niet alleen
Jij staat niet alleen
Want wij staan aan jou kant

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.